Het verhaal van Bea

Het is ruim 15 jaar geleden dat ik ermee begon. Ik was een jaar of 13, voelde me eenzaam, wilde erbij horen en was enorm perfectionistisch. Gevoelens waar elke puber doorheen gaat, alleen was dat voor mij genoeg om een depressiviteit te ontwikkelen. Hoe ik erop kwam om mezelf pijn te doen, weet ik niet meer. Ik ben iemand die implodeert als het me teveel wordt en gaf op die manier uiting aan die spanning. Op een gegeven moment werd het een soort ritueel. Dan dacht ik, vanavond is de laatste keer en dan is morgen weer een nieuwe dag, dan ga ik opnieuw proberen om geen fouten te maken en aan ieders verwachtingen te voldoen. Het was iets wat ik wél in de hand had, waar ik zelf controle over had.

 

Ik denk dat veel mensen het zagen, dat kan niet anders, maar niemand zei wat. En ik voelde wel de behoefte om erover te praten, want het liep veel te hoog op, maar ik wist niet hoe. Ik denk dat die automutilatie een onderdeel was van die schreeuw om hulp, ik kon het gewoon niet hardop zeggen. Mijn moeder zag het wel en maakte zich heel erg zorgen, maar mijn vader had zoiets van: wacht maar even tot de schoolvakantie, dan kun je wel even een therapeut opzoeken, anders heb je straks een gat op je cv. Ze dachten dat het bij de puberteit hoorde, maar het was inmiddels veel verder gevorderd dan dat.

 

Op mijn 17e heeft mijn lerares economie mijn ouders erbij gehaald en gezegd: nu moet er echt hulp komen voor haar. Daar ben ik haar nog steeds heel dankbaar voor. Zo ben ik eerst bij een psycholoog en daarna vrij snel bij een psychiater terecht gekomen. Met hem bekeek ik de opties om vrijwillig naar een instelling te gaan. Ik wilde even op adem komen, ik kon het niet meer hoog houden allemaal. En ik wilde ook met die automutilatie stoppen, want ik besefte me heel goed dat die littekens er ook nog zouden zijn als ik later zou trouwen, kinderen zou krijgen en zou gaan solliciteren. De manier waarop ik nu leefde, dat wilde ik gewoon niet meer.

 

Ik koos voor een instelling waar je meteen werd weggestuurd als je je niet aan de regels zou houden, want ik kleur graag binnen de lijntjes. Daar bleek dat ik een persoonlijkheidsstoornis had. Alle lessen die ik daar leerde, zou iedereen in zijn leven een keer mee moeten krijgen. Een stukje assertiviteit, omgaan met verwachtingspatronen van buitenaf, grenzen aangeven en mild zijn voor jezelf. Vanaf het moment dat ik daar werd opgenomen is de automutilatie gestopt. Ik leerde om te gaan met die spanning. Want bij iedereen kan de druk oplopen, maar de een gaat daar gemakkelijker mee om dan de ander. Ik weet dat ik dichtklap, dus moet ik op tijd aan de bel trekken. Dat moest ik in de jaren daarna nog veel oefenen, maar ik heb het daar wel geleerd.

´Mijn littekens hebben me gemaakt tot wie ik ben, maar ze zijn niet wie ik ben´

Inmiddels weet ik hoe ik ermee om moet gaan als ik het even niet trek. Natuurlijk heb ik die adrenalinevlagen nog wel eens, maar als ik het inhou weet ik dat ik steeds verder verwijderd raak van de mensen om me heen en dan wordt het alleen maar lastiger om hulp te vragen. En als je jouw boosheid of verdriet uit, dan kunnen mensen daarop reageren. Laat je het niet zien, dan gaat niemand jou ooit zien. En gezien en gehoord worden door de mensen die dichtbij je staan, dat is de basis in het leven. Een erkenning dat je bestaat als mens en dat je er mag zijn.

 

Het zou mij in die periode heel erg hebben geholpen om gehoord en gezien te worden. Als je niet lekker in je vel zit, wordt al snel gedacht: o, dat is gewoon de puberteit. Je voelt je niet serieus genomen, en dat had ik wel nodig. Op die leeftijd weet je niet hoe je om hulp moet vragen. Ik denk dat die verantwoordelijkheid echt bij de ouders ligt. Als je iets merkt aan je zoon of dochter - en je voelt het, dat kan niet anders - laat dan merken dat het gezien wordt. Stel je kwetsbaar op, zeg: Ik zie dat er iets met je is, maar ik weet niet hoe ik jou kan helpen. En kan een ouder dat niet doen, dan misschien een leerkracht, buurman of collega. Ik denk echt dat gehoord en gezien worden meer dan de helft van de oplossing is.

 

Ik ben nu 33, getrouwd en heb een dochter van drie maanden. Met mijn littekens ben ik helemaal niet meer bezig, zelf zie ik ze niet meer. Ze hebben me gemaakt tot wie ik ben, maar ze zijn niet wie ik ben. Als mensen het zien en ernaar vragen, leg ik het ze graag uit. Want het heeft niks met die littekens te maken, het heeft te maken met wat van binnen gebeurt, de gedachten en gevoelens die je hebt. Je voelt je niet gehoord en gezien en dat uit zich op een bepaalde manier. Bij de een is dat met drank en drugs, bij de ander door een eetstoornis en bij mij was dat met automutilatie. Dat leg ik ze graag uit, want des te meer mensen weten dat het goed met je kan komen. Zolang je maar op de juiste manier geholpen wordt.

©2020, Anouk van Bruggen. Foto's door Joyce van Wijngaarden